296 / 297
Het Internationale treinpaar 297/296 verbond de Benelux met Italië. De trein ontstond snel na WO II op vraag van de omvangrijke Italiaanse kolonie in onze gewesten. De eerste treinen verbonden Amsterdam met Genua. Tijdens de levensloop van dit treinpaar werd het traject meermaals aangepast. Meerdere Italiaanse steden hebben de eer gehad om eindhalte te zijn van deze internationale treinen. Ook in Nederland werd met de startplaats van treinstel 297/296 gegoocheld, s’Zomers vertrok men vanuit Amsterdam tijdens de winter vanuit Maastricht. De reisweg liep doorheen de Benelux via Frankrijk en Zwitserland naar de Adriatische Zee. Door het lange traject was de trein bijna 24 uur onderweg. Bij aankomst in Amsterdam gebeurde het herhaaldelijk dat de trein grote vertraging had. Deze vertragingen noopten de spoorwegen tot het inkorten van het afgelegde traject. Vanaf 28 mei 1989 werd een nieuw treinstel ingelegd met treinnummer 495/496. Dit treinstel reed niet meer door tot Italië, het nieuwe eindstation werd Basel. Gedurende de ganse levensloop van deze
internationale treinen werd gebruik gemaakt van lijn 42 en de Luxemburgse nordstrecke. Vanaf Luxemburg stad werd het treinstel 297/296 gekoppeld aan een andere Internationale trein, de Edelweiss.
Een 201 (59) op weg naar Luik dendert over het viadukt van Roanne - Coo. De juiste datum is onbekend, waarschijnlijk dateert de foto uit het einde van de jaren vijftig of begin jaren zestig. Het betreft waarschijnlijk een internationale trein Zwitserland - Nederland.
Postkaart uit de verzameling van Fernand Maes
Tractie:
Bij aanvang werd het internationaal treinpaar gesleept door een stoomloc type 81. Tussen Trois-Ponts en Gouvy werd in dubbeltraktie gereden samen met een loc type 41 of een tweede 81’er. Richting Luik was er een duwloc nodig om de helling net buiten station Gouvy te overwinnen. Later werden de treinen overgenomen door stoomlos uit de reeks 29. Richting Luxemburg nam een Luxemburgse stoomloc over in Gouvy. De CFL verdieselde de trein in 1956-57. Machines uit de reeksen 1600 en accidenteel reeks 900 verzekerden de diensten vanaf dan in Luxemburg. Tussen 1955 en begin jaren zestig was het mogelijk een dieselloc reeks 201(59) in België voor de trein te zien. Begin jaren zestig verschenen locs uit de reeksen NMBS 205 (55) en CFL 1800 op het toneel. Ondanks de gelijkheid tussen beide reeksen werd de locwissel te Gouvy slechts in 1968 afgeschafd. Gedurende ongeveer 30 jaar bleef de tractie verzekerd door deze machtige diesels. 1800’en van de CFL sleepten de treinen tot 1982 tussen Luxemburg en Luik. Daarna werden ze afgelost door blauwe Belgische zustermachines welke de treinen sleepten tot het bittere einde. Wanneer het aantal rijtuigen het vereiste werd ook in het dieseltijdperk in dubbeltraktie gereden.
Rijtuigverwarming:
In 1966 had de UIC (Internationale Spoorweg Unie) besloten om het inbouwen van stoomverwarming voor internationale rijtuigen niet meer te verplichten. De NMBS en CFL moesten hierdoor zoeken naar een mogelijkheid om met dieseltraktie de rijtuigen elektrisch te verwarmen.
Als eerste werd geopteerd voor het tussenvoegen van een generatorwagen in de trein. Dit was een blauwe omgebouwde pakwagen voorzien van een dieselmotor met generator. Er werd 3kV gelijkstroom opgewekt om de rijtuigen te verwarmen. De generatorwagens deden dienst tussen 1973 en 1982. Tot 25/09/82 bestond de traktie uit een CFL 1800 met NMBS generatorwagen.
Vanaf 26/09/82 werd de traktie verzekerd door een NMBS 55 met ingebouwde generator. Deze locs zijn uiterlijk goed herkenbaar door de aangepaste kleurstelling, blauwe livrei.
Samenstelling:
In de loop der jaren heeft een zeer grote verscheidenheid aan rijtuigen de dienst verzekerd.
Voor de recentere periode kunnen we volgende rijtuigen naar voor schuiven.
Zomerdienst: FS B - FS AB - SBB AB - SBB D - CFL B
Winterdienst: FS AB - SBB B - SBB D
Standaard bevonden zich steeds twee zwitserse rijtuigen in de stam, aangevuld met één Italiaans rijtuig. De zomertrein bestond uit twee zwitserse rijtuigen en twee Italiaanse. Vanaf Luxemburg reed tot Amsterdam een CFL-Wegman rijtuig mee in de zomerstam. Op piekmomenten werd de trein verlengd met rijtuigen van de meest diverse pluimages. De rijtuigen die beschikbaar waren werden in de trein gerangeerd. Een bagagerijtuig was steeds in de trein opgenomen. Meestal was het een Zwitsers exemplaar. Diverse soorten zijn in de loop der jaren in de trein gesignaleerd.